Zorgen voor vader zolang het kan

CORINE BOONE – De mantelzorg voor haar 91-jarige vader is voor Jannie Boom-Both (64) uit Berkenwoude even vanzelfsprekend als bijzonder. “Als naaste familie kun je het verschil maken. Ik word blij als ik zie dat mijn vader meer eet als ik hem help.”

Elke maandag en vrijdag is het vaste prik: ’s morgens en ’s middags is Jannie te vinden in verpleeghuis Salem in Ridderkerk. Als het enigszins geschikt weer is, stapt ze samen met echtgenoot Dirk op de fiets. Vanuit Berkenwoude een route van zo’n vijftien kilometer, inclusief een overtocht met de pont. “Heerlijk”, vindt Jannie die reis. “Het is zeker aan het einde van de middag fijn om je hoofd leeg te maken.”

Het echtpaar steekt wekelijks twee dagen de handen uit de mouwen in Salem en helpt zo veel als mogelijk mee in de zorg voor Jannie’s hoogbejaarde vader. Dat doen ze inmiddels al zes jaar. Toen de moeder van Jannie tien jaar geleden overleed, bleek dat haar vader meer zorg nodig kreeg.

“Mijn moeder zag al eerder kenmerken van dementie bij hem. Nadat zij was overleden, leek het nog redelijk goed te gaan met mijn vader. Dat werd snel minder. Hij kon zelf geen eten koken, dus kwam hij veel bij zijn kinderen. Omdat hij steeds minder zelf kon, ging hij drie dagen per week naar de dagopvang in woonzorgcentrum Huize Winterdijk in Gouda. Na drie maanden bleek dat hij meer zorg nodig had, ook medisch. Zes jaar geleden verhuisde hij naar verpleeghuis Salem in Ridderkerk.”

Kledingrooster
Vanaf dat moment is voor Jannie duidelijk dat ze op vaste tijden bij haar vader in het verpleeghuis wil zijn. Als eerste contactpersoon is zij de aangewezen persoon om mantelzorg te verlenen. Omdat haar zus en broers minder gelegenheid hebben voor structurele bezoeken, kiest Jannie voor twee vaste dagen. “Alleen onze jongste zoon van 25 woont nog thuis. De andere vijf kinderen zijn getrouwd, dus we hebben meer vrijheid. Ik wil het zelf ook graag, omdat ik zie dat het belangrijk is. Mijn vader valt bijvoorbeeld sterk af, dus de eetmomenten zijn heel belangrijk. We zien dat het personeel heel betrokken is, maar naaste familie kan soms net iets meer voor elkaar krijgen. Als ik zie dat mijn vader meer binnenkrijgt als ik hem help met zijn eten, ben ik al heel blij.”

Naast de hulp bij de maaltijden en koffiemomenten neemt Jannie elke week een aantal vaste taken voor haar rekening. Elke maandag maakt ze een kledingrooster, zodat het verplegend personeel weet welke kleding haar vader die week mag dragen. Ze vult zijn toiletspullen aan en ordent de inhoud van de kasten. Ook ondersteunen Jannie en Dirk het verplegend personeel in de praktische zorg voor vader Both. “Als het even kan, gaan we met hem wandelen. Hij kan niet meer lopen, dus hij zit in een rolstoel. Mijn vader is graag buiten. Hij fietste zelf vroeger veel. En een keer in de twee weken help ik hem in bad te doen. Als ik mijn vader daarbij help, gaat Dirk ondertussen met een paar andere bewoners wandelen in de tuin. Dat vinden die mensen erg fijn.”

Sterke band
De speciale zorg voor haar vader ervaart Jannie als heel waardevol. Het heeft de band tussen hen sterker gemaakt. “Toen mijn moeder nog leefde, was mijn vader op de achtergrond. Daarna leek het alsof ik een andere vader kreeg. Hij was degene met wie ik overlegde.” Geleidelijk aan is de conditie van Jannie’s vader erg verslechterd. Een proces dat Jannie zwaar valt. “In zijn begintijd in Salem liep mijn vader nog achter zijn rollator en vertelde hij van alles. Nu kan hij eigenlijk niets meer. Zijn dementie wordt erger. Fysiek is hij van een sterke in een zwakke man veranderd. Soms krijgen we een lachje, maar dat is het enige, want hij kan niet meer praten en dus ook niet veel meer kenbaar maken. Als dochter ken ik hem zo goed dat ik hem zonder woorden begrijp. Als hij geen eten meer hoeft, houdt hij zijn mond dicht of schudt hij soms een beetje met zijn hoofd. In bad ontspant hij. ‘Lekker hè, pa’, zeg ik dan tegen hem, al kan hij niks meer terugzeggen. Ook maak ik altijd oogcontact, omdat hij vaak naar beneden kijkt.”

“Fysiek is hij van een sterke in een zwakke man veranderd”

– Jannie Boom-Both

De fietstocht van Ridderkerk naar Bergambacht had Jannie in de beginfase hard nodig om haar gevoelens een plekje te geven. “Van het fietsen knapte ik echt op, want de eerste periode in Salem vond ik vooral een heel pijnlijk proces. Als ik naar huis ging, wilde mijn vader met me mee. Dat waren moeilijke momenten. Ook ervoer ik de sfeer als bedrukt, terwijl ik nu zelfs van de bezoeken kan genieten. Ook omdat Dirk en ik de vaste groep bewoners goed kennen. Natuurlijk is het ook confronterend als bewoners overlijden, maar dat nare gevoel van de eerste tijd is er al jaren niet meer. Ik ben nu vooral erg blij dat ik nog zo veel kan en mag doen voor mijn vader.”

Fotolijstje
Jannie heeft niets dan lof over het personeel van Salem. Er is een goede wisselwerking tussen de verpleegsters en haar en Dirk als mantelzorgers. “Maar je merkt dat ze veel te doen hebben. Het is voor hen ook fijn als naaste familieleden kunnen meehelpen in de zorg. En je kunt verschil maken. Mijn vader kon er een tijd geleden van genieten om in het restaurant van Salem te eten. Wij namen hem daarom daar vaak mee naartoe en konden dat van het team overnemen.” De persoonlijke betrokken- en bewogenheid van het personeel doet Jannie goed. Een voorbeeld van een paar jaar geleden herinnert ze zich goed. “Ik bracht mijn vader na het eten terug naar zijn kamer om te rusten. Op zijn nachtkastje stond ineens een fotolijstje met een foto van mijn moeder. Dat vond ik zo mooi. Hij kon de foto precies goed zien.”

“Ik doe het uit liefde voor mijn vader”

– Jannie Boom-Both

Glimlach
De twee vaste dagen per week zijn voor Jannie en Dirk goed te overzien en in te passen in hun dagelijks leven. En dat is belangrijk, volgens Jannie. “Niet elke mantelzorger kan evenveel doen. Het is van belang om na te denken over wat haalbaar is voor jezelf en bijvoorbeeld een gezin. Niemand heeft er iets aan als je het zelf niet kunt volhouden. Dirk en ik passen onze activiteiten soms aan, omdat we graag op de vaste dagen in Salem zijn. Ook omdat ik me goed realiseer dat we het nu nog kunnen doen. Nu is mijn vader er nog.”

Met de term mantelzorg heeft Jannie niet veel op. “Ik zie het niet als een functie of een taak. Ik doe het uit liefde voor mijn vader. Ik ben dankbaar dat ik dit als dochter kan doen. Er zijn zo veel waardevolle momenten: als ik zie dat mijn vader lekker eet, als hij geniet van een ijsje tijdens een wandeling, als hij een glimlach geeft. Daar word ik zelf ook blij van. Wat dat betreft kan ik het iedereen aanraden om betrokken te zijn bij de zorg voor ouders. Je krijgt er nooit spijt van. Dat weet ik zeker.”

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een interview op 5 juli 2019. Helaas is meneer Both 18 augustus overleden in de leeftijd van 91 jaar.

Een zware taak

Nederland telt zo’n 3,5 miljoen mantelzorgers. U bent offi cieel mantelzorger als u langer dan drie maanden meer dan acht uur per week voor een familielid of naaste zorgt. Een zware, veeleisende taak. Hoort u bij deze groep?

Kijk voor meer informatie op prolife.nl/zorgcoach.

Dit artikel is onderdeel van het zorgmagazine Liv. Meer weten?
Vraag hier het magazine gratis aan.