Toen duidelijk werd dat een tweede zwangerschap niet vanzelfsprekend zou zijn, was Agnes van Rossum meteen enthousiast: dan gaan we adopteren! Haar man Wim moest even aan het idee wennen, maar dat duurde niet lang. Inmiddels zijn ze de trotse ouders van zoon Laurens (20) en twee prachtige Chinese dochters, Rosa-Lin (13) en Anne-Mei (10).

‘Zijn het échte zusjes?’ “Die vraag wordt heel vaak gesteld”, lacht Agnes. “Rosa-Lin is er inmiddels wel aan gewend. Die zegt dan gewoon: ‘Ja hoor!’” Wim en Agnes ervaren aan den lijve hoe gek het is dat wildvreemde mensen aan adoptieouders vragen durven te stellen die ze bij een andere willekeurige passant niet in het hoofd zouden halen. Andere vragen zijn er ook: “’Ga je nog voor een tweede?’ Of: ‘Wat kost dat nou?’” Wim: “En of Laurens ook geadopteerd is. Die zegt dan voor de grap weleens dat hij uit Zweden komt.”

Het zijn vragen die elke adoptieouder wel eens gehoord zal hebben. In dit artikel wordt daar niet dieper op ingegaan. De focus ligt juist op vragen die vaak onuitgesproken blijven. Adoptieouders Wim en Agnes van Rossum zijn graag bereid tot een openhartig gesprek.

“Vanaf het moment dat je het adoptievoorstel binnen hebt, sluit je het kind in je hart. Al heb je op dat moment niet meer dan een uitvergrote pasfoto in zwart-wit, dan is het al helemaal jouw dochter”

– Agnes

Om meteen maar eens zo’n moeilijke vraag te stellen: kun je wel net zoveel van een adoptiekind houden als van je ‘eigen’ kind?
Agnes: “Oh absoluut. Ik voel echt geen enkel verschil tussen Laurens of de meiden.” Wim: “Vanaf het moment dat je het adoptievoorstel binnen hebt, sluit je het kind in je hart. Al heb je op dat moment niet meer dan een uitvergrote pasfoto in zwart-wit, dan is het al helemaal jouw dochter.” Voor elk kind geldt dat het je door de Heer wordt toevertrouwd, vinden Wim en Agnes. “Een adoptiekind is geen ‘tweede-keus-kind’.”

 Hoe denken jullie over het idee dat God een baarmoeder opent en sluit?
“Als een kinderwens onvervuld blijft, dan is dat als gevolg van de zondeval. Zo ervaren wij dat”, zegt Wim. “Dat je kinderen krijgt, is niet vanzelfsprekend. Ook wij hebben in het begin wel gevraagd: ‘Heer, waarom zegent u ons niet met kinderen?’ Pas achteraf zie je dat God een heel andere weg met ons is gegaan. We zijn geweldig blij met Rosa-Lin en Anne-Mei. De adoptie is een verrijking die we nooit hadden willen missen.” “Voor Laurens was de dag dat zijn zusje kwam, de gelukkigste dag in zijn leven”, vult Agnes aan. “Adoptie is Gods lijn in ons bestaan.” 

Moet je je echt geroepen voelen om te adopteren?
“Adoptie is wel iets wat je aan moet kunnen”, meent Agnes. “Je weet dat elk adoptiekind een emotionele rugzak bij zich draagt”, stelt Wim. “Daar moet je je goed op voorbereiden. Het adoptietraject duurde de eerste keer 3,5 jaar. Dat is lang wachten, maar het voordeel is dat je ruim voldoende de tijd hebt om je goed in te lezen en ernaartoe te groeien.” Als adoptieouder doe je zelf ook veel extra opvoedkennis op met allerlei cursussen en begeleiding die je krijgt rondom adoptie, zo hebben ze ervaren. “Eigenlijk zou die begeleiding voor heel veel ‘gewone’ gezinnen ook niet verkeerd zijn”, vertelt Agnes glimlachend.

Jullie hebben bij de tweede adoptie gekozen voor een kindje met een handicap (special needs). Hoe maak je die afweging?
“Dat is best heel moeilijk”, geeft Wim toe. “In China worden de laatste tijd eigenlijk alleen maar special needs-kindjes aangeboden. Tot hoever ga je met het accepteren van een handicap? Je moet een lijst invullen en aangeven welke handicap je nog wel en niet acceptabel vindt. Dat is heftig. Ons is toen geadviseerd: houd rekening met de draagkracht van je gezin. Als je een kindje zou accepteren dat 24 uur per dag zorg nodig heeft, doe je je andere kinderen dan niet tekort?” Agnes: “Op een gegeven moment heb ik het ook maar losgelaten, het aan de Heer overgelaten.” “Precies”, beaamt Wim. “Als je ‘gewoon’ zwanger wordt, heb je toch ook geen garantie dat je een gezond kindje krijgt?”

Uiteindelijk kwam het voorstel voor Anne-Mei. Ze bleek een Erbse parese te hebben, een aandoening waarbij de zenuwen die van de nek naar de arm lopen tijdens de geboorte zijn beschadigd. Daarvoor gaat ze nu twee keer in de week naar een revalidatiecentrum. En ze fietst op een aangepaste fiets. Verder kan ze zichzelf aardig redden. “Maar”, adviseert Wim, “staar je niet blind op een lichamelijke handicap. Vlak de hechtingsproblemen niet uit! Daar kun je drukker mee zijn dan met de special needs.” Agnes vult aan: “Rosa-Lin had echt flinke hechtingsproblemen.” Het hechtingsproces kost gewoon tijd, zeker wanneer een kindje al baby-af is bij adoptie. Gelukkig gaat het met de meisjes inmiddels heel goed, mede dankzij de uitgebreide nazorg en hulp via video-interactiebegeleiding. Die nazorg is heel belangrijk, benadrukken Wim en Agnes. “Dat kunnen we alle adoptiegezinnen aanbevelen.”

 Wat als de kinderen later willen zoeken naar hun ‘echte’ ouders?
“Als de meiden dat graag willen, zullen we ze op alle mogelijke manieren helpen”, zegt Agnes. “Ik voel me daar echt geen tweederangs moeder door.” Wim: “Een bloedband is zo sterk, dat kun je je niet voorstellen. Kijk maar naar een programma als Spoorloos, dan zie je hoeveel het vinden van de biologische ouders voor iemand kan betekenen.”

“Wat als de kinderen later willen zoeken naar hun ‘echte’ ouders?”

– Prolife

Is het voor zulke kinderen juist niet beter als ze in hun eigen land blijven?
“Als het kind in het eigen land geadopteerd kan worden, is dat natuurlijk prima”, beaamt Wim. “Maar wat als die mogelijkheid er niet is en een kind moet opgroeien in een tehuis? Hoe goed de zorg misschien ook is, het is en blijft een tehuis. Niets kan toch de warmte en liefde van een echt gezin vervangen?”

Even wennen
Wim van Rossum (48) is accountmanager Zakelijke Markt bij Pro Life. Hij is getrouwd met Agnes (45), die parttime werkzaam is in de ouderenzorg. Na hun huwelijk in 1994 wilde het echtpaar graag meteen kinderen, maar spontaan zwanger worden bleek lastig, vertellen ze. Medisch onderzoek wees geen enkele oorzaak uit. Na drie jaar wachten werden ze toch verblijd met een zoon, Laurens. Na zijn geboorte besefte Agnes dat het wel eens lang kon duren voordat ze weer zwanger zou worden. “Toen had ik al snel het gevoel: het is wel goed zo, we gaan adopteren! Ik was van jongs af aan al geïnteresseerd in adoptie.” Wim had wat langer de tijd nodig om aan het idee te wennen. “Tja, we waren immers niet kinderloos. We waren toch al bevoorrecht met onze gezonde zoon? Maar na de voorlichtingscursus was ik helemaal enthousiast.”
In 2005 reisde het echtpaar af naar China om Rosa-Lin op te halen, destijds een jaar oud. In 2008 volgde Anne-Mei, toen achttien maanden. Zij is in adoptietermen een special needs-kindje, omdat haar rechterarm en -hand verlamd zijn.

Dit artikel is onderdeel van het zorgmagazine Liv. Meer weten?
Vraag hier het magazine gratis aan.